Aangeleerde vindingrijkheid.

Tijdens het schrijven van deze blog ben ik even afgeleid en volg een tedtalk van Anthony Robbins. Zijn speech gaat over emotionele fitness. Een mooie titel. Hij deelt in zijn verhaal de belangrijke rol die vindingrijkheid speelt om succesvol te zijn.

Michael Rosenbaum noemt het de lijst van persoonlijke ervaringen die bestaat uit een geheel van gedragingen, reacties, gedachten en gevoelens die ontstaan in een permanent leerproces. Emoties spelen een belangrijke rol tussen mensen en de aanpassing van mensen aan hun fysieke en sociale omgeving. Door jezelf de ruimte te geven om aandacht te hebben en anders naar iets te kijken ontwikkel je vindingrijkheid. Via vindingrijkheid (resoucefulness) leer je omgaan met zelfregulatie, zelfcontrole, zelfkritiek, feedback en moduleren.

Zelfregulatie.
Zelfregulatie is het vermogen om goede keuzes te maken uit de eigen gedragsmogelijkheden en deze gedragingen zelf of samen met anderen te realiseren, evalueren en verbeteren. Vaardigheden die het zelfregulerend vermogen ondersteunen zijn het op een rij zetten van je gedachten, gevoelens, vermogens en gedrag. Afstemmen is een belangrijke vaardigheid als het gaat om het samenwerken. Omgaan met feedback hoort hier ook bij.

Zelfcontrole.
Ben je in staat om jezelf te beheersen? Kun je ondanks verleidingen je aan de afspraken of regels houden ook als anderen dat niet doen? Lukt het je om doelen op lange termijn in oog te houden ook als je daardoor in het nu iets niet kan doen? Je wilt gezonder gaan eten maar lukt het je ook om dat lekkere gebakje te laten staan? Of eet je het lekker op en denk je ‘Er is morgen weer een dag’? Ga je voor het korte termijn vervullen van je behoefte of het lange termijn behalen van je doel?

Zelfkritiek.
Gezonde zelfkritiek helpt je om kritisch naar je gedrag en functioneren te kijken zodat je dit kunt verbeteren indien nodig. Deze vorm van evaluatie is verrijkend. Teveel zelfkritiek verlamt en maakt je kieskeurig, sommige kunnen dit ook op anderen projecteren. Te weinig zelfkritiek remt je leervermogen.

Feedback.
De functie van feedback is het bekrachtigen van gewenst gedrag en het corrigeren van ongewenst gedrag. Het verduidelijkt de relatie tussen mensen. Je hebt de ander nodig om te leren wat je handig doet en wat je beter kunt doen. Zonder de ander mis je een groot deel van je ontwikkeling.

Moduleren.
Het moduleren van je emoties heeft te maken met de duur en intensiteit van emoties die je kunt ervaren. Ben je in staat om stressvolle gebeurtenissen om te buigen, te veranderen? Kun je de duur en intensiteit beïnvloeden?

Het probleemoplossend vermogen is het vermogen om te (h)erkennen dat problemen bestaan en tot een plan kunnen komen om deze problemen op te lossen. Het probleemoplossend vermogen vraagt om vaardigheden als: signaleren, analyseren, oplossingsstrategieën bedenken, creatief denken, doorzetten, samenwerken, proactief zijn, evalueren en reflecteren.
Het probleemoplossend vermogen is één van de 21st-century skills. Dit is een verzamelterm voor een aantal competenties die belangrijk zijn in de huidige kennis- en netwerksamenleving.

Mocht je het lastig vinden om vindingrijk te zijn helpen de volgende probleemoplossingsstrategieën je verder.

Pólya’s probleemoplossingsstrategie.
Het gaat in dit geval over ‘gezond verstand’-vragen zoals:
Wat is de onbekende?
Wat wordt er gevraagd?
Kijk naar de onbekende!
Bij het oplossen van een probleem hanteert Pólya  het volgende stappenplan:

  1. Het probleem begrijpen. Een oriëntatie op het probleem (Wat is het probleem?)
  2. Een plan maken. Het opstellen van een probleemaanpak (Wat kan ik doen? Wat ga ik doen?)
  3. Het plan uitvoeren. Het uitvoeren van de gekozen aanpak (Aan de slag)
  4. Terugblikken. Controleren van de oplossing en reflectie op de gekozen aanpak Is het een oplossing? Wat deed ik precies?

Schoenfeld’s probleemoplossingsstrategie.
In tegenstelling tot de strategie van Pólya, geeft Schoenfeld geen stappenplan. Schoenfeld’s probleemoplossingen hebben als hoofddoel het ontwikkelen van uitvoerende en controlevaardigheden.
Hij stelt problemen niet in de ‘bewijs dat ...’-vorm.
Wel in de:

  • Wat denk je dat waar is en waarom?
  • Wat ben je (precies) aan het doen? (Kun je het precies beschrijven?)
  • Waarom doe je dat? (Hoe past dit bij de oplossing?)
  • Hoe helpt het je? (Wat ga je met de uitkomst doen als je deze verkregen hebt?)

Schoenfeld en anderen hebben aangetoond dat er twee belangrijke eigenschappen zijn die een expert in probleem oplossen van een beginner onderscheidt:

  • De mogelijkheid om kenmerken van problemen die dezelfde onderliggende structuur hebben te zien.
  • De mogelijkheid tot zelfsturing en herkenning als een benadering of tactiek niet productief is, ook wel zelfregulering genoemd.

Wat is jouw vindingrijke strategie als je in een stressvolle situatie zit? Waar kan jij nog winst halen?