Minder stress met een andere copingstijl

Coping is afgeleid van ‘to cope with’. Kunnen omgaan met of opgewassen zijn tegen stressoren zoals onveilige werksituatie, onzekerheid over de toekomst of relatieproblemen (zakelijk of privé). De stijl die je hanteert ontstaat in je vroege jeugd door stresssituaties die je als kind hebt moeten hanteren. Vaak zijn strategieën die door een kinderbrein zijn bedacht disfunctioneel voor jou als volwassene.
Je maakt over het algemeen gebruik van één van deze zeven copingstijlen.


Vermijden en afwachten.
Je vermijdt het probleem of de stresssituatie. Dit doe je op verschillende manieren: struisvogelpolitiek of sociaal terugtrekken. Vaak wacht je af totdat anderen iets gaan doen omdat je denkt dat je afhankelijk van ze bent. Dat je geen invloed kunt uitoefenen omdat je het gevoel hebt dat je vast zit.

Afleiding zoeken.
Je doet er alles aan om maar niet met jezelf of de stresssituatie bezig te zijn. Je bent alleen met anderen bezig of je stort je in het werk, je hebt het gevoel dat je onmisbaar bent en overal bij moet zijn. Je agenda staat vol met afspraken.
Of door spanning op te zoeken in extreme activiteiten en risico’s, zoals verdovende middelen, onverantwoord rijgedrag om maar niet met je probleem bezig te zijn.

Depressief reageren.
Je voelt je overvallen. Je kunt niets anders dan piekeren en aan jezelf twijfelen. Je ziet geen enkele mogelijke uitweg uit deze situatie. Je ben je levensvreugde kwijt en voelt je somber en verdrietig. Je vindt het lastig om een activiteit te ondernemen.

Emoties en boosheid uiten.
Je reageert je af op je omgeving. Je kunt je agressieve emoties niet de baas en je bent vaak onredelijk. Vooral de mensen die je dierbaar zijn moeten het ontgelden. Door de problemen en de situatie raak je gefrustreerd en kunt je niet goed meer nadenken.

Geruststellende gedachten.
Je zegt bij alles dat het niet zo erg is, het stelt niets voor en het valt wel mee. Het komt allemaal wel goed. Je maakt grapjes over de situatie en het probleem om het niet te dichtbij te laten komen. Je redeneert alles weg omdat de werkelijkheid te pijnlijk is.

Deze eerste vijf stijlen zijn niet effectief; ze bevorderen de stilstand en laten de stresssituatie of het probleem bestaan. Mocht je jezelf herkennen in een van de bovenstaande copingstijlen, mocht je vinden dat je vastzit in een situatie waar je graag uit wilt komen: de volgende twee copingstijlen helpen je om effectief en efficiënt met stresssituaties om te gaan.


Het probleem actief aanpakken.
Je deelt het probleem in stukjes op en zoekt voor elk stuk een oplossing, je weet welke eerste stap je kunt zetten. Je ziet altijd een weg om in te slaan. Als een manier niet lukt blijf je nieuwe manieren uitproberen net zolang totdat de stresssituatie verandert. Je weet dat emoties horen bij lastige situaties maar je ben in staat om ze  los te laten of efficiënt te gebruiken. Je hebt een goed balans tussen rationeel oplossingsgericht zijn en je emotionele gevoel te veranderen. Je gezonde eigenwaarde weet dat je het probleem te lijf kunt. Je bent in staat om je gedrag aan te passen om een win-win oplossing te vinden.

Sociale steun zoeken.
Je weet dat je het niet allemaal alleen hoeft te doen. Dat anderen je kunnen helpen door naar je verhaal te luisteren, je feedback te geven op je gedrag en houding. Door de adviezen van anderen te horen kun je leren dat er meer manieren zijn om iets aan te pakken. Je kunt makkelijk hulp vragen en ontvangen. Je wilt samen met anderen een manier bedenken de stresssituatie op te lossen.

Waarschijnlijk herken je jezelf in verschillende copingstijlen en als je reflecteert kun je uit ervaring spreken dat niet alle stijlen even functioneel zijn. Leer (vaker) deze laatste twee copingstijlen te hanteren en je loopt minder kans op lichamelijke en psychische klachten. Je zelfvertrouwen, zelfbeeld en eigenwaarden nemen toe.

Wil je leren het probleem actief aan te pakken of hulp te vragen en lukt het je nog niet om dit zelf te realiseren.

Bel me op en ik zet je in je kracht.